BijbelArchief
De geliefde Zoon
Christus in het Evangelie naar Markus
 

Christus in het Evangelie naar Markus
A. Lievers

De geliefde Zoon

”En het gebeurde in die dagen dat Jezus kwam van Nazareth in Galiléa en door Johannes werd gedoopt in de Jordaan. En terstond toen Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemelen: U bent mijn geliefde Zoon, in U heb Ik welbehagen gevonden” (Mark. 1:9-11).

Johannes
Johannes de doper is een van de sleutelfiguren in de geschiedenis van het Joodse volk. Hij was de profeet die door de profeten was aangekondigd, als de man die voor de beloofde Messias zou komen. Het was zijn taak het volk voor te bereiden op de komst van de man die het hele volk weer terug zou brengen tot God. Het Oude Testament eindigt met een aankondiging van Johannes de doper en met een beschrijving van zijn opdracht: ”Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, de inzettingen en de rechten. Ziet, Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des Heeren komen zal. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met de ban sla.”

Zij die hun zonden beleden
Toen Johannes de doper kwam, om in opdracht van God het oordeel aan te kondigen, verzamelde zich rondom hem een aantal mensen die de waarheid van die boodschap erkenden. Zij wisten dat God volkomen rechtvaardig zou handelen, wanneer Hij hen zou veroordelen om hun zonden. Ze maakten zich geen illusies. Ze wisten dat er voor hen nog maar één uitweg was, het belijden van hun zonden. Ze vertrouwden er op, dat wanneer je voor God erkende dat je een zondaar was, Hij dan met een oplossing voor het vraagstuk kwam. Johannes vertelde hun van de Messias die na hem komen zou en die de zonden zou wegnemen. Hij vertelde dat hij zelf niet belangrijk was. Alleen degene die na hem zou komen was belangrijk. Zo vormde Johannes een groep mensen die hun tekortkomingen beleden en de oplossing van het probleem aan God overlieten.

U bent mijn Zoon!
En dan komt daar op een dag die man van wie Johannes al die tijd had gesproken: Jezus van Nazareth. Hij komt en Hij wil zich laten dopen door Johannes. Johannes sputtert tegen, maar de Heer breekt het verzet met de opmerking, dat het voor Hem passend was alle gerechtigheid te volbrengen. Hij wilde één van hen zijn. Daarvoor was het nodig dat Hij door Johannes werd gedoopt. Hij wilde zich voegen bij die mensen die zich voor God bogen en die het heil van de Heer verwachtten. Want door deze daad voegt de Heer Jezus Christus zich bij het relatief kleine groepje mensen dat in het openbaar schuld erkende voor God. Maar als de Heer weer uit het water komt, gebeurt er iets bijzonders. Ineens scheurt als het ware de hemel. En God de Heilige Geest daalt op Hem neer, terwijl God de Vader vanuit de hemel roept: ”U bent mijn Zoon, in U heb ik welbehagen gevonden!” Het is niet moeilijk in te zien waarom dit gebeurde. God de Vader kon niet blijven zwijgen, toen zijn Zoon zich zo vrijwillig schaarde onder al die mensen die schuld voor God beleden. God de Heilige Geest kon niet anders, dan in het openbaar tonen dat hier de enige mens was in wie Hij geen onvolmaaktheid bespeurde, op wie Hij dus kon komen en blijven. Direkt aan het begin van het Evangelie van Markus zijn wij getuige van de ware grootheid van de Heer Jezus.

Hij droeg de zonden
En zo is het ook nu nog. De Heer Jezus is gekomen om te zijn bij hen die voor God erkennen dat zij zondaren zijn. Zij beseffen dat God zo rechtvaardig is dat Hij nooit hun zonden ongemerkt zal kunnen laten passeren. Hij zal er een oordeel over moeten geven. En dat oordeel zal ook maar één uitkomst hebben: een veroordeling. Bij die mensen wil de Heer Jezus zich voegen. Hij is gekomen om te sterven voor iedereen die zich als zondaar ziet. Hij wilde de plaats innemen van iedereen die zijn offer zou aannemen. Maar Hij is beslist niet precies zo’n mens geweest als u en ik. Hij die in mijn plaats het oordeel van God heeft gedragen, was niet zo’n zondaar als ik. Hij was uniek.

Hij was zonder zonde
Hij kende de zonde niet. Hij heeft nooit iets gedaan dat tegen de wil van God inging. Hij was de enige mens van wie ooit werd gezegd dat God er welbehagen in had Hem te zien leven. In mij heeft God helemaal geen plezier gehad. Ik stelde Hem in allerlei opzichten teleur. Steeds weer die zonde, steeds weer dat eigenwijze, koppige volhouden van verkeerde gewoonten. Steeds weer die slappe uitvluchten. Maar Hij, de Heer Jezus, was een mens die van harte deed wat God graag wilde. Hij was zondeloos. Het is dus helemaal niet moeilijk te begrijpen waarom God, toen de Heer Jezus zich voegde bij al die mensen die hun zonden erkenden, uitriep: ”U bent mijn Zoon, in wie Ik mijn welbehagen gevonden heb”. Hij mag dan zijn gekomen bij zondige mensen, Hijzelf was de zondeloze. Hij mag dan omgang hebben gehad met mensen die Gods wil van geen kant deden, Hijzelf deed altijd wat voor God aangenaam was. Hij was de volmaakte, de zondeloze, de man naar Gods hart. Hij was het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.

Opdat elke knie zich voor Hem zal buigen
”Christus Jezus, die in de gestalte van God zijnde het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn, maar hij heeft zichzelf ontledigd, de gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend. En uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot de dood, ja tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader” (Fil. 2:6-11).

(c) copyright Uit het Woord der Waarheid, Winschoten, januari 1992
Met toestemming voor electronische verspreiding over genomen door BBS