BijbelArchief
Hij geneest
Christus in het Evangelie naar Markus
 

Christus in het Evangelie naar Markus
A. Lievers

Hij geneest

”Waarom eet en drinkt Hij met de tollenaars en zondaars? En toen Jezus dit hoorde, zei Hij tot hen: Zij die gezond zijn hebben geen arts nodig, maar zij die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars” (Mark. 2:16,17).

Beschaamde verwachtingen
De Heer was door Johannes de Doper aangekondigd als de lang verwachtte Messias. Maar Hij was bepaald niet de persoon die het volk zich had voorgesteld. En al gauw barstte de kritiek los. Het duurde niet lang, of de mensen waren meer in Hem geïnteresseerd vanwege zijn genezingen, dan vanwege zijn leer, vanwege zijn boodschap. Vooral de farizeeën bekeken Hem met argwaan. Ze waren naar hun overtuiging de meest rechtzinnige religieuze stroming van hun tijd. Ze hielden de wet, de wet van Mozes, zo nauwgezet, dat niemand daar aanmerkingen op durfde te maken. Dat wil zeggen, met uitzondering van de Heer Jezus. Die vertelde hun frank en vrij dat Hij zag dat er een flinke portie eigendunk in al hun beweringen zat.

En toen kwam die dag dat Hij tegen een tollenaar zei: Volg Mij. Hij vroeg aan iemand waar een rechtgeaarde Jood, een fatsoenlijk mens, nog geen woord mee zou wisselen, om met Hem mee te gaan! Dat deed voor de farizeeën de deur dicht. Dat kon niet goed zijn. Hoe kon iemand die beweerde een boodschap van God door te geven, het in zijn hoofd halen omgang te zoeken met een tollenaar? Zo iemand mijd je als de pest, met zo iemand ga je geen vriendschapsbanden aanknopen! Voor hen was de zaak nu volkomen duidelijk, deze Jezus was beslist niet de Messias. Want anders zou Hij Zich nooit hebben beziggehouden met dit soort nietswaardige mensen.

De ware arts
Dan komt de Heer Jezus aan het woord. We moeten goed begrijpen wat Hij in feite zegt. Want wanneer Hij het heeft over ”gezonden” en ”zieken” die een arts nodig hebben, dan heeft Hij het niet over de zieken die Hij iedere dag weer genas. Nee, dan heeft Hij het over de mensen die met hun zonden in de knoop zitten. Die mensen zijn pas ziek! Die mensen weten dat hun leven wordt bedreigd door een dodelijke ziekte, de zonde. Enkel dat soort mensen gaat naar de arts om hun ziekte te laten behandelen.

En wat voor een arts is het waar ze naartoe gaan? Niet naar iemand die een voortgezette opleiding in pastorale zorg heeft gehad, hoewel zo’n opleiding heel nuttig kan zijn. Niet naar iemand die je begrijpt, hoewel zo iemand heel veel goeds kan verrichten. Ze gaan naar Degene die met een echte oplossing kan komen: naar de Heer Jezus. Want Hij is de enige arts die een oplossing kan bieden voor het probleem van de zonden die een mens heeft begaan. Alleen Hij kan mij verlossen van de verlammende uitwerking van het besef dat het niet goed zit tussen God en mij. Hij alleen kan zonden vergeven, want Hij alleen heeft de zonden gedragen van iedereen die in Hem wil geloven.

Medicijnen innemen
Een wat simpele vergelijking is die van een verzekering. Al bent u verzekerd tegen ziektekosten, u moet wel naar de arts om medicijnen voorgeschreven te krijgen. Dat die medicijnen door de verzekering worden betaald, maakt u niet beter. U zult ze moeten innemen. U zult een diagnose moeten laten stellen en u zult het voorschrift van de arts moeten opvolgen. Dat is gewoon een alledaagse werkelijkheid. Maar zo is het ook wanneer we het over de invloed van de zonde hebben. Vanwege de zonde is er de dood in de wereld. En dan bedoelen we niet de lichamelijke dood, maar de geestelijke dood, het leven zonder doel, zonder zin, zonder God. En wilt u daarin verandering laten komen, dan zult u niet enkel maar de diagnose moeten onderschrijven, maar dan zult u ook de behandeling moeten volgen.

Het oog sluiten voor de realiteit
Nu geeft dat onderschrijven van de diagnose vaak moeilijkheden. Want zodra God gaat zeggen dat het probleem bij ons zit, en niet bij de omgeving of de maatschappij bijvoorbeeld, dan klimmen veel mensen in de hoogste boom. Daar willen ze niet aan. Dat hun buurman, of de een of andere junkie een zondaar is, en dus een Redder nodig heeft, daar willen ze nog wel aan. Maar zij niet. Zij hebben nooit iemand tekort gedaan. Zij gaven altijd iedereen wat hem toekwam. Enzovoort, enzovoort, enzovoort Zij zeggen: Ik ben niet ziek, ben je mal, ik ben in feite kerngezond. Nou ja, kerngezond, maar in ieder geval knap ik al aardig weer op. De Heer Jezus zegt van dat soort mensen: Die hebben geen arts nodig. Die zul je nooit naar de dokter zien gaan. Maar wil dat zeggen dat ze niet ziek zijn? Dat heeft er niets mee te maken natuurlijk. En wil dat zeggen dat ze zullen genezen? Dat is nog minder waar. Ze sluiten enkel hun ogen voor de realiteit. Ze willen er niet aan dat ze zondaars zijn, en dus willen ze de oplossing evenmin aannemen. De Heer Jezus is gekomen om zondaren te roepen, om tegen zondaren te zeggen dat er vergeving van zonden is. Die vergeving is er voor iedereen die komt en toegeeft dat hij gezondigd heeft.

Efeze 2:1-10
En u heeft God opgewekt, toen u dood was in uw overtredingen en zonden... Maar God, die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons vanwege zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, toen ook wij dood waren in de overtredingen, levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij behouden), en heeft ons mee opgewekt en ons mee doen zitten in de hemelse gewesten in Christus Jezus, opdat Hij in de toekomende eeuwen de uitnemende rijkdom van zijn genade zou betonen in goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want uit genade bent u behouden, door het geloof; en dat niet uit u, het is de gave van God; niet op grond van werken, opdat niemand roemt. Want wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren heeft bereid, opdat wij daarin zouden wandelen.

A(c) copyright Uit het Woord der Waarheid, Winschoten, januari 1992
Met toestemming voor electronische verspreiding over genomen door BBS