BijbelArchief
Hij beheerst de omstandigheden
Christus in het Evangelie naar Markus
 

Christus in het Evangelie naar Markus
A. Lievers

Hij beheerst de omstandigheden

”Zij wekten Hem en zeiden tot Hem: Meester, bekommert u Zich er niet om dat wij vergaan? En wakker geworden bestrafte Hij de wind en zei tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er ontstond een grote stilte” (Mark. 4:38-39).

Op het moment dat dit verhaal zich afspeelt zijn we al tamelijk ver in het leven van de Heer Jezus. Hij heeft al veel gereisd en veel gepredikt. Altijd waren zijn discipelen bij Hem en steeds maar weer hoorden ze de boodschap die Hij bracht. We moeten daar goed aan denken wanneer we dit verhaal, van de storm op het meer, willen begrijpen. Nadat de Heer een aantal van zijn gelijkenissen heeft verteld gaat Hij met zijn discipelen in een schip, om naar de overkant van het meer te varen. De gelijkenissen worden verteld om ons bepaalde dingen duidelijk te maken. De gebeurtenissen leren ons iets over de manier waarop de discipelen op deze verhalen reageerden. Hadden ze die begrepen, of was alles tegen dovemansoren gesproken?

Niet begrepen
In dit verhaal van de storm op het meer wordt duidelijk dat de mensen die het meest met de Heer waren omgegaan niet veel hadden begrepen van de dingen die Hij hun vertelde. Ze hadden niet in de gaten Wie het was die daar op de achterplecht van het scheepje lag te slapen. Dat blijkt uit hun reactie, wanneer ze in de problemen komen. Tijdens de storm slaat het water over de boorden van het schip en ze moeten uit alle macht werken om de boel drijvend te houden. Ze hozen en roeien! En dan valt het hen op dat de Heer Jezus gewoon ligt te slapen. Hij doet niets! En dat schiet hen duidelijk in het verkeerde keelgat. Natuurlijk, Hij is geen visser van beroep, Hij is timmerman, maar zelfs een timmerman kan meehelpen de boot drijvend te houden! En ze schudden Hem ruw door elkaar! ”Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?!” Kan het U dan helemaal niets schelen?

Een schok van herkenning
Herkent u iets van die paniek in de stemmen van de discipelen? Hebt u dat zelf wel eens gehad? Het overkomt ons allemaal wel eens dat we helemaal aan het eind van ons Latijn zijn, dat we totaal geen uitweg zien uit de problemen. Dan doen we wat we maar kunnen om ons bootje drijvend te houden, maar het water slaat over de rand en we lijken te zinken. Dan kijken we toevallig op, en wat zien we? Het lijkt wel of Hij slaapt! God doet niets, absoluut niets. Denken we.

Wie is toch deze?
De discipelen dachten dat de Heer Jezus niet in de gaten had hoe dicht ze bij een schipbreuk waren. Hij lag daar maar rustig te slapen, terwijl zij zich uitsloofden om ook zijn leven te redden. En dus werd Hij een beetje onvriendelijk wakker gemaakt. Hij overziet de situatie direkt en Hij bestraft de wind en zegt tegen de zee dat ze stil moet zijn. ”En er ontstond een grote stilte.” Ik denk dat de discipelen op dat moment niet veel hebben gezegd. Iedereen was stomverbaasd. Daar stonden ze, doorweekt van het water en de regen, in een volkomen windstilte te kijken naar een rustige zee. De woorden galmden als het ware nog over het water: ”Wij vergaan!” Alles was binnen enkele ogenblikken onder controle gebracht door de Heer.

Omstandigheden plaatsen ons voor ragen
En dan klinkt de stem van de Heer weer: ”Waarom bent u zo angstig?” Is dat niet een wat wrede vraag? Ze waren praktisch vergaan. ’t Is dat de Heer Jezus aan boord was, anders was het zeker mis gelopen. Maar dat is nu ook juist het punt waar Hij op doelt. Hij zegt niet: ”Zijn jullie hier nou zo bang voor geweest, dat stelde toch niets voor?”. Nee, Hij is echt een beetje in hen teleurgesteld. Dat blijkt uit de volgende vraag. ”Hebt u nog geen geloof?” En daar legt Hij de vinger op de zere plek. Hadden ze dan nog niet begrepen Wie Hij was? Hij legde hun al de gelijkenissen uit die Hij aan de mensen vertelde, en ze hadden nog steeds niet in de gaten Wie Hij was. Al de wonderen wezen er op, maar ze wisten het niet. Ze konden niet op Hem vertrouwen op het moment dat hun leven in gevaar was.

Ook wij weten vaak heel goed dat de Heer Jezus alles in zijn hand houdt. We willen best wel toegeven dat we in alle omstandigheden op Hem kunnen vertrouwen. Maar dan komt puntje bij paaltje. We komen in omstandigheden waarin we geen uitweg meer zien. En die overtuiging is ineens een stuk minder geworden. Daarom kunnen we ook zo blij zijn met de vragen die de Heer Jezus aan zijn discipelen stelde, in die gedenkwaardige nacht, toen ze dreigden te verdrinken in het meer van Galiléa. Hij vroeg: ”Hebt u nog geen geloof?” Hij vroeg niet naar inzicht, maar naar vertrouwen. En die vraag komt ook op ons af, wanneer we in onze omstandigheden dreigen te verdrinken. Hebben we vertrouwen in Hem die beloofd heeft met ons mee te gaan? Want dát is het probleem. Wij dénken dat God niets doet. Wij denken dat God Zich niet met onze problemen bezighoudt. Maar dat is een verkeerde inschatting van onze kant. God, de Heer Jezus, laat ons niet in de steek. God slaapt niet. Zelfs als wij menen dat Hij slaapt, is Hij er om ons te beschermen, om voor ons te zorgen.

Vertrouwt u op Hem?
In ieders leven komen stormen voor. Iedereen krijgt het op een gegeven moment moeilijk met de omstandigheden waaronder hij of zij moet leven. Maar de manier waarop we met onze moeilijkheden omgaan bepaalt wat er de uitkomst van is. Christendom is niet alleen maar een zaak voor de zondag, het is ook niet alleen maar een zaak voor de leuke en windstille dagen waarop het geluk ons toelacht. Het geloof zet ons voor een keuze. Steeds weer hebben we de keus, òf we vertrouwen God en wachten op de uitkomst die Hij zal geven, òf we vertrouwen Hem niet volkomen en lopen het grote gevaar opstandig te worden vanwege de inactiviteit die we bij Hem menen waar te nemen. De keus is aan ons.


Psalm 107:23-32

Die met schepen ter zee afvaren,
handel doende op grote wateren;
Die zien de werken des Heeren,
en Zijn wonderwerken in de diepte.
Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan,
die haar golven omhoog verheft.
?????Zij rijzen op naar de hemel;
zij dalen neer tot in de afgronden;
hun ziel versmelt van angst.
Zij dansen en waggelen als een dronken man,
en al hun wijsheid wordt verslonden.
Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden,

zo voerde Hij hen uit hun angsten.
Hij doet de storm stilstaan,
zodat hun golven stilzwijgen.
Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn,
en dat Hij hen tot de haven van hun begeerte geleid heeft.
Laat hen voor de Heere Zijn goedertierenheid loven,
en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;
En Hem verhogen in de gemeente des volks,
en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.

(c) copyright Uit het Woord der Waarheid, Winschoten, januari 1992
Met toestemming voor electronische verspreiding over genomen door BBS