BijbelArchief
Hij is de onbegrepene
Christus in het Evangelie naar Markus
 

Christus in het Evangelie naar Markus
A. Lievers

Hij is de onbegrepene

”En toen Hij te Bethanië was in het huis van Simon de melaatse, kwam er, terwijl Hij aanlag, een vrouw met een albasten fles met balsem van echte, kostbare nardus; zij brak de albasten fles en goot die uit op zijn hoofd. Nu waren er sommigen die haar dit zeer kwalijk namen bij zichzelf en zeiden: Waartoe is deze verkwisting van de balsem gebeurd? Want deze balsem had voor meer dan driehonderd denaren verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden. En zij werden zeer verontwaardigd tegen haar” (Mark. 14:3-11).

Het huis van Simon de melaatse
Dit verhaal gaat over een van de gebeurtenissen uit de laatste week van het leven van de Heer Jezus. Het verhaal begint met de opmerking dat de Heer Zich met zijn discipelen in het huis van Simon de melaatse bevindt. Nu was een melaatse iemand die volkomen uit de samenleving werd verbannen. Zo staan we hier voor het eerste wonder, een wonder dat ons alleen tussen de regels door wordt verteld. Want hier woont een melaatse in het dorp Bethanië en hij ontvangt mensen bij zich aan huis. Wanneer je hier over nadenkt, kun je maar tot één konklusie komen: Hij is één van die mensen, van die melaatsen, die door de Heer zijn genezen. Hij heet nog wel steeds Simon de melaatse, maar hij is niet meer melaats, hij is genezen door de Heer Jezus.

In hem herkennen we onszelf. Want ook wij waren mensen die een vreselijke aandoening hadden. Wij waren mensen die besmet waren met de zonde. Wij konden geen echte omgang met God hebben. Maar God heeft het daarbij niet gelaten. Hij heeft ons willen genezen, door zijn eigen Zoon te zenden om de gevolgen van de zonde te dragen. En net als hier in dit verhaal wil de Heer Jezus bij ons komen en bij ons logeren, zou je kunnen zeggen. Hij wil bij ons wonen. Dat was ook het geval bij deze man die melaats was geweest, bij deze Simon de melaatse. De Heer Jezus kwam en wilde met hem omgaan.

Wat een verspilling
Het is niet zo moeilijk je een voorstelling te maken van de gevoelens van de Heer Jezus en van de discipelen als ze daar aan tafel zitten. De Heer wist dat het een van de laatste dagen van zijn leven was. In de Psalmen kunnen we iets lezen van de verschrikkelijke eenzaamheid die Hem kwelde, wanneer Hij, de Rechtvaardige, moest omgaan met mensen die alleen maar uit waren op hun eigen voordeel. Zelfs temidden van zijn discipelen vond Hij geen echt begrip, geen echte vriendschap. Wat moet Hij het een verademing hebben gevonden, dat er een vrouw opstaat en kostbare nardus over Hem leeggiet. Niet uit verspilling, maar om Hem een tastbaar bewijs te geven van haar begrip, van haar toewijding. Want zij heeft er wel iets van begrepen.

De mensen die op dat moment aanwezig zijn menen dat het een daad van pure verspilling is. Hoeveel geld werd daar niet over de balk gesmeten? Een heel jaar moest je werken om het bij elkaar te sparen, en dan gooit iemand dat zomaar in een overhaaste gevoelsdaad weg! Wanneer je dan zo nodig iets met die balsem wilde doen, had er dan wat nuttigs mee gedaan. Had het verkocht bijvoorbeeld. Denk je eens in hoeveel armen je daar mee had kunnen helpen.

Stille tijd
Overigens, nu we het toch hebben over het geven, het verspillen, van iets kostbaars, om Hem onze genegenheid te laten merken: Hoeveel tijd gebruiken we werkelijk voor Hem? Misschien vindt u die overgang, van een vrouw die een kostbare balsem over het hoofd van de Heer Jezus giet, naar de tijd die u voor Hem persoonlijk gebruikt, maar wat al te snel. Toch is dat veel logischer dan u zou denken. Maria probeerde haar genegenheid voor de Heer te laten blijken, door het kostbaarste wat ze bezat helemaal voor Hem op te geven. Tegenwoordig is er praktisch niets dat kostbaarder is dan iemands vrije tijd. Maar bent u bereid uw vrije tijd, of misschien een deel ervan, te besteden aan zoiets schijnbaar nutteloos als het lezen in de Bijbel, of het bidden tot God?

De Vader zoekt aanbidders
Nog steeds zoekt de Vader mensen die Hem willen aanbidden, die een relatie met Hem willen hebben. Hij zoekt mensen die iets van het kostbaarste wat ze hebben, hun tijd, willen geven aan Hem. En schijnbaar is het verspilde tijd. Schijnbaar verspillen we onze tijd in de diensten, tijdens het lezen in de bijbel, tijdens het bidden. Dat is ook de reden dat er zoveel mensen zijn die menen dat ze iets aan een dienst moeten overhouden. Ze moeten op z’n minst gesterkt worden in hun geloof, anders gaan ze niet meer. Anders is het pure tijdverspilling. Je kunt wel andere en nuttiger dingen doen in die tijd. Maar het verlangen van het hart van God is, een relatie met de mensen te hebben. Hij wil omgang, persoonlijke omgang, met ons hebben. Om dat mogelijk te maken heeft Hij zijn eigen Zoon gegeven. Maar, om het zo te zeggen, om die relatie mogelijk te maken, moeten wij van onze kant ook wat investeren: Onze tijd.

Veel mensen worden er kriebelig van als je het hierover hebt. Voor hen is dat allemaal ongrijpbaar. Voor hen is al dat gepraat over stille tijd en een relatie met God mooi voor ouden van dagen en andere mensen die tijd genoeg hebben. Maar zij hebben eenvoudigweg de tijd niet om te gaan zitten en niets te doen. Ze hebben de tijd niet om echt aandachtig in de bijbel te lezen. Ze zijn veel te druk! Laten we eens nadenken over het antwoord dat de Heer geeft aan zijn volgelingen: ”Die bezigheden lopen niet weg, maar wie zegt je dat je nog eens de gelegenheid zult hebben met Mij te praten?”

Psalm 27:4-6
”Een ding heb ik van de Heer begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heeren, om de liefelijkheid des Heeren te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel. Want Hij versteekt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads; Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen. Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offeranden des geklanks offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen de Heer.”

(c) copyright Uit het Woord der Waarheid, Winschoten, januari 1992
Met toestemming voor electronische verspreiding over genomen door BBS